Een collectieve actie is een civielrechtelijke rechtsvordering waarmee een organisatie opkomt voor de gelijksoortige belangen van personen in en buiten de organisatie. De organisatie treedt daarbij op als belangenbehartiger; de personen voor wier belangen zij opkomt, zijn niet zonder meer zelf procespartij.[1] De rechtsvordering kan ingesteld worden door stichtingen en verenigingen met volledige rechtsbevoegdheid die voldoen aan aanvullende eisen.[1]

Een collectieve actie kan onder meer strekken tot een verklaring voor recht,[2] een verbod, een gebod of, onder voorwaarden, schadevergoeding.[3]

Nederland

[bewerken | brontekst bewerken]

In het Nederlands recht is de wettelijke grondslag voor de civielrechtelijke collectieve actie vastgelegd in artikel 3:305a van het Burgerlijk Wetboek.[1]

Afbakening ten opzichte van bestuursrecht

[bewerken | brontekst bewerken]

De civielrechtelijke collectieve actie moet worden onderscheiden van bestuursrechtelijke procedures. Daarin kunnen rechtspersonen beroep instellen tegen besluiten van bestuursorganen, wanneer zij op grond van hun statutaire doelstellingen en feitelijke werkzaamheden algemene of collectieve belangen in het bijzonder behartigen.[4]

Een milieuorganisatie kan bijvoorbeeld op die grond opkomen tegen een door een bestuursorgaan verleende vergunning. Zo'n procedure is gericht tegen een besluit van een bestuursorgaan en wordt in beginsel behandeld door de bestuursrechter. Zij is daarom geen collectieve actie in de civielrechtelijke betekenis van dit artikel en valt niet onder de wettelijke regeling voor collectieve schadevergoedingsacties.[4]

Ontwikkeling

[bewerken | brontekst bewerken]

Sinds 2005 biedt de Wet collectieve afwikkeling massaschade (WCAM) een regeling voor de collectieve afwikkeling van massaschade door middel van een schikking. Wanneer een belangenorganisatie en een aansprakelijke partij een overeenkomst over schadevergoeding hebben gesloten, kunnen zij het Gerechtshof Amsterdam verzoeken deze overeenkomst verbindend te verklaren voor de gehele groep benadeelden.[5] De WCAM voorziet dus niet in een procedure waarin de rechter eerst vaststelt of de aangesproken partij aansprakelijk is en haar vervolgens tot betaling van schadevergoeding veroordeelt. Zij geeft de rechter uitsluitend de bevoegdheid een reeds bereikte schikking verbindend te verklaren.[5]

Op 1 januari 2020 trad de Wet afwikkeling massaschade in collectieve actie (WAMCA) in werking. Deze wet maakt het onder voorwaarden mogelijk dat een belangenorganisatie bij de rechter een collectieve vordering tot schadevergoeding in geld instelt.[3] Anders dan bij de WCAM is daarvoor geen vooraf gesloten schikking vereist. De rechter kan in een WAMCA-procedure de aansprakelijkheid en de schadevergoedingsvordering beoordelen; partijen kunnen tijdens die procedure alsnog een schikking treffen.[3]

De WAMCA heeft de WCAM niet vervangen. Beide regelingen bieden een afzonderlijke route voor de afwikkeling van massaschade: de WCAM is gericht op het verbindend verklaren van een collectieve schikking, terwijl de WAMCA een collectieve rechtsvordering mogelijk maakt wanneer een dergelijke overeenkomst nog niet is bereikt.[5][3]

Vereisten en procedure

[bewerken | brontekst bewerken]

Een stichting of vereniging kan een collectieve vordering instellen indien zij volgens haar statuten de betrokken belangen behartigt, de belangen gelijksoortig zijn en de behartiging daarvan voldoende is gewaarborgd.[1] Bij de beoordeling van de ontvankelijkheid spelen onder meer de representativiteit van de belangenorganisatie, haar governance en haar financiële middelen een rol.[6]

De rechter behandelt een collectieve vordering inhoudelijk nadat onder meer is vastgesteld dat de belangenorganisatie aan de wettelijke ontvankelijkheidseisen voldoet, de collectieve behandeling efficiënter en effectiever is dan individuele procedures en de vordering niet summierlijk ondeugdelijk is.[6] Een dagvaarding in een collectieve actie moet worden aangetekend in het Centraal register voor collectieve vorderingen. Andere belangenorganisaties kunnen vervolgens binnen drie maanden een vordering instellen over dezelfde gebeurtenis of gebeurtenissen en gelijksoortige feitelijke of juridische vragen.[7]

Collectieve acties in verschillende andere landen

[bewerken | brontekst bewerken]

Europese Unie

[bewerken | brontekst bewerken]

Richtlijn (EU) 2020/1828 verplicht de lidstaten van de Europese Unie te voorzien in ten minste één doeltreffend en efficiënt mechanisme voor representatieve vorderingen ter bescherming van de collectieve belangen van consumenten. Bevoegde instanties moeten daarbij maatregelen tot staking van inbreuken en herstelmaatregelen kunnen vorderen.[8] De richtlijn harmoniseert het procesrecht niet volledig. Lidstaten behouden ruimte bij de inrichting van hun nationale procedures; collectieve en representatieve vorderingen verschillen daardoor per land.[8]

Buiten de Europese Unie

[bewerken | brontekst bewerken]

De Amerikaanse Class Action Fairness Act van 2005 heeft onder meer regels vastgesteld over de bevoegdheid van federale rechtbanken in bepaalde class actions. De wet vormde dus niet de oorsprong van de class action; de Federal Rules of Civil Procedure traden reeds in 1938 in werking.[16]

Zie ook

[bewerken | brontekst bewerken]

Bron: Wikipedia (NL). Tekst beschikbaar onder de toepasselijke Wikipedia-licentie; zie de bronpagina voor auteurs en licentievoorwaarden.