Gene Pitney
Gene Pitney
Persoonsgegevens
Volledige naam Gene Francis Alan Pitney
Geboortedatum 17 februari 1940
Geboorteplaats Hartford[1]Bewerken op Wikidata
Overlijdensdatum 5 april 2006
Overlijdensplaats Cardiff[2]Bewerken op Wikidata
Land Vlag van Verenigde Staten Verenigde Staten
Opleiding en werk
Opleiding gevolgd aan Rockville High SchoolBewerken op Wikidata
Beroep(en) singer-songwriter, zanger, songwriter, componist, pianist, studiomuzikant, muzikantBewerken op Wikidata
Genre(s) popmuziek, countrymuziekBewerken op Wikidata
Instrument(en) gitaar, piano, trommelBewerken op Wikidata
Label(s) Musicor Records, Epic RecordsBewerken op Wikidata
Links
Officiële website
(en) AllMusic-profiel
(en) Discogs-profiel
(en) IMDb-profiel
(en) MusicBrainz-profiel
Portaal  Portaalicoon   Muziek

Gene Francis Alan Pitney (Hartford, Connecticut, 17 februari 1940 – Cardiff, Wales, 5 april 2006) was een Amerikaanse zanger en songwriter. Zijn grootste successen had hij in de jaren zestig.

Biografie

[bewerken | brontekst bewerken]

Gene Pitney werd op 17 februari 1940 in Hartford geboren als zoon van Anna Orlowsky en Harold Pitney. Hij was het derde van vijf kinderen. Zijn grootouders van moederszijde kwamen uit Polen. In 1967, op het toppunt van zijn populariteit, trouwde hij met zijn jeugdliefde Lynne Gayton. Zij kregen drie zoons, Todd, Chris en David. Zijn vrij hoge stem heeft een zeer kenmerkend timbre.

Loopbaan

[bewerken | brontekst bewerken]

Al vroeg hield hij zich bezig met muziek. Zo zat hij op de middelbare school in de band Gene Pitney and The Genials. Na de highschool was hij aanvankelijk succesvol als componist; zo schreef hij Today's teardrops voor Roy Orbison, He's a Rebel voor The Crystals, Hello Mary Lou voor Ricky Nelson en Rubber Ball voor Bobby Vee.

Zijn carrière als soloartiest begon in 1961 met de zelf geschreven song I Wanna Love My Life Away dat hij zelf voor $30 opnam. Op deze opname speelde hij zelf piano, gitaar en slagwerk en zong hij zelf de zeven vocale partijen. Deze single haalde de top 40 in de VS en in Engeland. Later in dat jaar volgde zijn eerste top 20-hit Town Without Pity uit de gelijknamige film. Voor deze song won hij een Golden Globe award. In 1962 zong hij de Bacharach/David song The man who shot Liberty Valance naar een 4e plek in de top 10 van de VS. Wegens een geschil werd deze song niet gebruikt in de gelijknamige western met John Wayne. Het eveneens door Bacharach/David geschreven 24 Hours from Tulsa haalde een 5e plaats in de UK in 1964.

Het door hem geschreven He's a rebel van The Crystals bereikte in november 1962 de 1e plaats in de top 10 van de VS, en hield ironisch genoeg zijn eigen song Only Love Can Break a Heart af van de 1e plaats. Het zou zijn hoogste notering blijven in de USA.

Vanaf die tijd haalde hij zeer regelmatig de hitlijsten, zowel in de VS als in Engeland. Dat deed hij met o.a. Only Love Can Break a Heart, If I Didn't Have a Dime, Half Heaven, Half Heartache, Mecca, It Hurts to be in Love en True Love Never Runs Smooth. Verder nog That Girl Belongs to Yesterday (een Jagger/Richards compositie), I'm Gonna be Strong, Looking Through the Eyes of Love, I Must be Seeing Things", Princess in Rags, Backstage, Just One Smile, Something's Gotten Hold of My Heart, Nobody Needs Your Love en The Boss's Daughter.

In 1966 deed hij mee aan het San Remo festival in Italië met het in het Italiaans gezongen Nessuno mi può giudicare. Met deze song eindigde hij daar als 2e.

Al met al had hij 16 top-40 hits in de USA en 40 top 40-hits in Engeland.

Eind jaren tachtig had hij een korte comeback met een nieuwe versie van zijn oude hit Something's Gotten Hold of My Heart, dat hij deze keer als duet zong met Marc Almond, de zanger van de Britse band Soft Cell. Hiermee behaalde hij eindelijk een 1e plaats in Engeland, iets wat hem in zijn lange carrière nog nooit gelukt was (zijn eigen versie strandde in 1967 op de 5e plaats).

In maart 2002 werd hij opgenomen in de Rock & Roll Hall of Fame.

Pitney overleed in 2006 op 66-jarige leeftijd tijdens een tournee in Groot-Brittannië in zijn slaap als gevolg van een hartstilstand. Zijn stagemanager vond hem in zijn hotelkamer. Vanaf de jaren negentig had hij erg veel tournees gedaan, en hij is dus "in het harnas gestorven".

Discografie

[bewerken | brontekst bewerken]

Singles

[bewerken | brontekst bewerken]
Single met eventuele hitnotering(en) in de Nederlandse Top 40 Datum van
verschijnen
Datum van
binnenkomst
Hoogste
positie
Aantal
weken
Opmerkingen
I'm Gonna Be Strong 09-01-1965 17 5
Looking Thru the Eyes of Love 17-07-1965 35 2
Nobody Needs Your Love 16-07-1966 19 9 Nr. 16 in de Parool Top 20
Something's Gotten Hold of My Heart 13-01-1968 26 5
Train of Thought 21-02-1976 tip11 -
Something's Gotten Hold of My Heart 07-01-1989 5 10 met Marc Almond
Alarmschijf
Nr. 5 in de Nationale Hitparade Top 100

Bekende nummers

[bewerken | brontekst bewerken]

NPO Radio 2 Top 2000

[bewerken | brontekst bewerken]
Nummers met noteringen
in de NPO Radio 2 Top 2000[T 1]
'99 '00 '01 '02 '03 '04 '05 '06 '07 '08 '09 '10 '11[T 2]
Mecca - 1786 - - - - - - - - - - -
Something's Gotten Hold of My Heart 1140 - 1262 1357 1518 1627 1788 1454 1690 1587 1681 1607 1527
Twenty Four Hours from Tulsa 1101 1359 - 1533 1529 1986 1849 1598 - 1900 - - -
  1. ↑ Een '-' betekent dat het nummer niet was genoteerd en een vetgedrukt getal geeft de hoogste notering van een nummer aan.
  2. ↑ Deze tabel is bijgewerkt tot en met de meest recente editie (2025).
[bewerken | brontekst bewerken]

Bron: Wikipedia (NL). Tekst beschikbaar onder de toepasselijke Wikipedia-licentie; zie de bronpagina voor auteurs en licentievoorwaarden.