| Plastic Penny | ||||
|---|---|---|---|---|
| Plaats uw zelfgemaakte foto hier | ||||
| Achtergrondinformatie | ||||
| Jaren actief | 1967 tot 1969 | |||
| Oorsprong | ||||
| Genre(s) | pop | |||
| Label(s) | Page One Records | |||
| Links | ||||
| (en) IMDb-profiel | ||||
| (en) Discogs-profiel | ||||
| (en) MusicBrainz-profiel | ||||
| ||||
Plastic Penny[1][2] was een Britse popband uit de jaren 1960.
Het merendeel van hun materiaal was psychedelische pop, met neiging richting progrock-sound op sommige albumnummers. Het grootste deel van het materiaal werd geschreven door de drie bandleden Brian Keith, Paul Raymond en Tony Murray. Keith verliet later de band en Raymond aanvaardde de leadzang. Plastic Penny's eindproduct werd gepubliceerd bij Page One Records. De band verscheen tijdens het eerste Isle of Wight-festival op 31 augustus 1968.
Everything I Am bereikte een 6e plaats in de Britse singlehitlijst. De song, uitgebreid met een stringbewerking, was een ballade-versie van een originele song van The Box Tops en werd geschreven door Spooner Oldham[4] en Dan Penn[5].
Mick Grabham[6] vertrok om te spelen bij Cochise en daarna bij Procol Harum. Keith werd later de leadzanger bij The Congregation, die het eendagsvlieg-label deelde met Plastic Penny. Raymond verving Christine Perfect bij Chicken Shack en speelde later verscheidene keren met de bestendige rockband UFO. Nigel Olsson werd een veelgevraagd sessiemuzikant, meestal met name op Elton Johns vroege werk. Hij werkte ook met The Spencer Davis Group, Uriah Heep, Kiki Dee, Neil Sedaka, Rod Stewart en Leo Sayer. Tony Murray speelde op Elton Johns album Empty Sky samen met Olson en vervoegde zich daarna bij The Troggs.
Het derde en tevens laatste album van de band, Heads I Win, Tails You Lose, was een montage van de meer onbekende opnamen van de band, uitgegeven in 1970 nadat de band was ontbonden.
Bron: Wikipedia (NL). Tekst beschikbaar onder de toepasselijke Wikipedia-licentie; zie de bronpagina voor auteurs en licentievoorwaarden.