
The Jam was een Britse groep bestaande uit zanger-gitarist Paul Weller, bassist-zanger Bruce Foxton en drummer Rick Buckler. The Jam was een van de populairste punkbands aan het eind van de jaren 70. De groep stond bekend om hun melodieuze punkmuziek, met een typisch Engelse uitstraling (modstijl). De teksten van The Jam idealiseerden het typische Engeland, net als bijvoorbeeld The Kinks. Hierin onderscheidde The Jam zich van stijl- en tijdgenoten als The Clash en de Sex Pistols, die meer opriepen tot progressieve veranderingen (The Clash) of vernietiging (Sex Pistols).
The Jam werd in 1972 in Woking opgericht door Paul Weller en Steve Brookes die aanvankelijk als duo optraden. Al snel kregen ze versterking van gitarist Dave Waller en drummer Nigel Harris; John Weller, Pauls vader, werd hun manager. Nigel Harris werd in 1973 vervangen door Paul Buckler die om begrijpelijke redenen zijn naam in Rick veranderde. Dave Waller schreef liever poëzie dan dat hij muziek maakte, en hield het in 1974 voor gezien. Bruce Foxton nam zijn plaats in. Toen ook Steve Brookes in 1975 opstapte wegens muzikale meningsverschillen ging The Jam verder als trio. Weller ontdekte The Who en besloot om de band van een nieuw imago te voorzien. Omdat Woking hen niet veel mogelijkheden bood verhuisde het drietal in 1976 naar Londen op het moment dat de punkgolf uitbrak.
The Jam tekende een contract bij Polydor en bracht eind april 1977 hun debuutsingle In the City uit; vlak daarna verscheen het gelijknamige debuutalbum met korte en harde punksongs in de stijl van The Clash en de Sex Pistols, maar ook invloeden van The Who en soullabels Motown, Stax en Atlantic. Andere bekende nummers van dit album zijn Away From The Numbers, Bricks & Mortar en Art School. De tweede single die The Jam uitbracht is All Around The World dat niet op In the City voorkomt omdat de band geen albums wilde uitmelken.
In november 1977 verscheen This Is the Modern World; dit haastig opgenomen tweede album werd door de pers afgedaan als inspiratieloos en ondermaats. Paul Weller gaf toe dat hij de teugels had laten vieren en dat hij meer energie in zijn liefdesrelatie (met Gill Price) had gestoken dan in de band. Vandaar dat het door Foxton gezongen News Of The World de volgende single werd.
Toen de demo's voor een in 1978 op te nemen album werden afgekeurd keerde Weller tijdelijk terug naar Woking waar hij de nummers schreef die op All Mod Cons kwamen te staan. Dit lovend ontvangen album, dat in november van dat jaar werd uitgebracht, bevat meer complexe en melodieuze songs en is meer op pop georiënteerd met nummers als Down in the Tube Station at Midnight dat tevens een hit werd.
De rij hits werd in 1979 voortgezet met Strange Town en When You're Young. Eton Rifles werd de eerste top 10-hit. Dit nummer is afkomstig van Setting Sons, oorspronkelijk bedoeld als een conceptalbum over drie jeugdvrienden die uit elkaar groeien, getuige Thick As Thieves, Little Boy Soldiers, Saturday's Kids en Burning Sky. Organist Mick Talbot, met wie Weller later samenwerkte in The Style Council, verleende zijn medewerking.
In maart 1980 scoorde The Jam voor het eerst een nummer 1 hit met Going Underground. De band was op dat moment op tournee in de Verenigde Staten en zegde meteen de resterende concerten af om het nummer in Top of the Pops te playbacken. Weller ontdekte Joy Division en verdiepte zich in spiritueel-intellectuele boeken; de weerslag hiervan is te horen op Sound Affects dat in november uitkwam. De voorafgegane single Start (volgens de pers een rip-off van het Beatles-nummer Taxman) werd de tweede nr 1-hit.
1981 was voor Jam-begrippen een vrij rustig jaar; in de zomer verscheen Funeral Pyre, een single die bewust werd ondergeproduceerd. Weller moest niks hebben van de New Romantics die aan populariteit wonnen ("Net het decadente Rome"), maar toen hij hoorde dat ze met regelmaat soul-avonden hielden, was zijn nieuwsgierigheid toch gewekt. Zijn hernieuwde kennismaking met deze muziek resulteerde in Absolute Beginners (vernoemd naar het boek van Colin MacInnes). Deze single, waarop de band voor het eerst samenwerkte met blazers Steve Nichol en Keith Thomas, is een voorbode van de richting die Weller de komende jaren zou inslaan.
In februari 1982 scoorde The Jam alweer de derde nummer 1 met het Motown-achtige Town Called Malice dat zelfs een internationale hit werd. Een maand later kwam ook het album The Gift vanuit het niets op een. Hierop experimenteert de band niet alleen met soul, maar ook met funk, en zelfs calypso (The Planner's Dream Goes Wrong). Steve Nichol, Keith Thomas en organist Jimmy Telford vergezellen het drietal tijdens de 60 data tellende wereldtournee die eind april Nederland en België aandeed.
The Jam zat toen op het hoogtepunt van hun roem, maar ook aan het plafond van hun kunnen. Weller wilde de soulexperimenten verder uitdiepen maar het keurslijf van The Jam leende zich daar niet voor, en omdat hij niet jarenlang wilde voortborduren op de huidige successen besloot hij om ermee te stoppen. Eigenlijk zou de split pas op 5 november 1982 worden onthuld tijdens de eerste uitzending van het muziekprogramma The Tube, maar nadat het nieuws een week van tevoren uitgelekt was, kwam Weller met een officiële persverklaring waarin hij uitlegde dat The Jam alles had bereikt wat er te bereiken valt. "Ik wil niet dat we een zielige vertoning worden zoals al die ouwelullenbands; ik wil waardig afscheid nemen".
Als afscheid werd de single Beat Surrender uitgebracht, de vierde nummer 1-hit. Live retrospectief Dig The New Breed werd echter van de eerste plaats af gehouden door wijlen John Lennon. De band ging nog eenmaal op tournee waarvan de vijf concerten in Wembley Arena het hoogtepunt vormden. Op 11 december 1982 viel in Brighton het doek voor The Jam; acht dagen later kwamen de drie leden nog eenmaal samen tijdens de laatste Kerstborrel in de Fulham Greyhoud).
Bruce Foxton nam een single op met Jake Burns van het eveneens in 1982 gesplitte Stiff Little Fingers waarna hij solo ging. Tijdens een optreden in de Londense Hammersmith Odeon kwam het bijna tot een Jam-reünie: zowel Buckler als Weller waren aanwezig, maar een goed gesprek zat er net niet in. In 1984 verscheen Foxtons eerste soloalbum (Touch Sensitive) op Arista en scoorde hij een Engelse top 40-hit met This Is The Way.
Ondertussen timmerde Rick Buckler aan de weg met Time UK, een band die hij had samengesteld uit jamsessies. In 1986 namen Foxton en Buckler samen met ex-Time UK-zanger Jimmy Edwards een single op als Sharp. Ze wilden niet als de nieuwe Jam worden gezien. Hun vervolgproject (Transposed Men) mislukte omdat hun twee nieuwe compagnons al snel weer afhaakten.
Foxton trad vervolgens weer solo op en speelde in 1988 mee op een album van The Rhythm Sisters. Daarna sloot hij zich aan bij Stiff Little Fingers en werd de Jam-klassieker Smithers-Jones (B-kant van When You're Young) in hun set opgenomen. Foxton bleef bij SLF tot 2006 als bassist/zanger/manager.
Buckler werd manager van/invaldrummer bij The Highliners en runde zijn eigen studio die hij echter moest verkopen om een hoge belastingschuld te betalen. In 1992 zegde Buckler de muziek vaarwel en ging hij meubels repareren; deze carrière-move wordt later gedocumenteerd voor het televisieprogramma After They Were Famous.
Foxton en Buckler waren verbitterd door de manier waarop The Jam uit elkaar was gegaan en geïrriteerd door de bijzonder subjectieve schrijfwijze die de met Weller bevriende muziekjournalist Paolo Hewitt hanteerde in The Jam: A Beat Concerto (1983) en de hoestekst van het rariteitenkabinet Extras (1992). Vandaar dat ze in 1993 in samenwerking met Alex Ogg The Jam: Our Story uitbrachten. Weller was niet blij met dit boek en de bijbehorende promotiecampagne, om nog maar te zwijgen van een dreigende rechtszaak wegens achterstallige royalty's. In 1995 zei hij in een interview "Die twee lopen tegen de pers te klagen over onbeantwoorde Kerstkaarten. Ik heb die uitspraak (van Bruce) gelezen en het is overduidelijk dat ze het niet van zich kunnen afzetten. Het is nu dertien jaar (dat we uit elkaar zijn)".
In 2005 ging Buckler weer drummen en richtte hij The Gift op met o.a. de tien jaar jongere zanger/gitarist Russell Hastings. Toen Foxton kwam meespelen ontstond het idee om samen verder te gaan als 'From The Jam'. In 2007 vierden ze het 25-jarig jubileum van de afscheidstournee en een DVD-registratie van een reeks Kerstoptredens. In 2008 toerden ze door Amerika maar ook door Australië en Nieuw-Zeeland (The Jam heeft hier nooit gespeeld vanwege een aanvaring met het Australische rugbyteam).
In het juni 2008-nummer van MOJO Magazine vertelt Weller wat hij hiervan vindt; "Foute boel; ze moeten hier onmiddellijk mee stoppen en iets anders gaan doen. Ze maken niet alleen onze reputatie kapot maar ook zichzelf; dit (circus-nummer) belichaamt alles waar we juist tegen waren". Aanvankelijk was Bucklers reactie "We hebben evenveel recht om die nummers te spelen als hij", maar op 12 september 2009 kondigde hij dan toch zijn vertrek aan omdat de lol er af was. Big Country-drummer Mark Brzizecki nam zijn plaats in. Buckler werd manager.
Ondertussen herstelde Weller het contact met Foxton nadat ze elkaar in 2006 tegenkwamen bij een concert van The Who. Ze steunden elkaar toen ze in 2009, respectievelijk, een vader-manager en een echtgenote verloren, en speelden mee op elkaars solo-albums.
Een reünie bleef echter uit; zo waren Weller, Foxton en Buckler niet gezamenlijk aanwezig bij de tentoonstelling uit 2015 over The Jam.
| Nummer met noteringen in de NPO Radio 2 Top 2000[T 1] |
'12[T 2] | '13 | '14 | '15 | '16 | '17[T 3] |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Town Called Malice | 1067 | 1248 | 1230 | 1315 | 1480 | 1723 |
Bron: Wikipedia (NL). Tekst beschikbaar onder de toepasselijke Wikipedia-licentie; zie de bronpagina voor auteurs en licentievoorwaarden.